MRM – De beulen aan het woord

Theorie en praktijk van het folteren

door Ronald Crelinsten
vertaling Joop Heij

 Zie ook:

Eufemismen

Drie typen folteraars

 

 

Waarom martelen mensen andere mensen? Wie de wereld van de beulen wil bestuderen kan gebruik maken van drie bronnen: de slachtoffers, de beulen zelf, of hun superieuren. Van de slachtoffers weten wij heel wat, voorzover ze het kunnen navertellen. Getuigenissen van beulen zelf zijn zeldzaam. Wij moeten het hebben van beulden die erin slagen uit het foltermilieu te ontsnappen of die berecht worden na de val van een regime. Van de superieuren weten wij het minst. Soms verschaffen documenten ons inzicht in het folterproces.

 

S-21 of Tuol Sleng heette de centrale gevangenis annex executieplaats in Phnom Penh tijdens het schrikbewind van de Rode Khmer over Cambodja. Van deze plek des onheils zijn tienduizenden pagina’s documenten bewaard gebleven, waaronder een ‘Ondervragers Handboek’. Dit bevat de volgende beschrijving: “Het doel van martelen is het krijgen van antwoord. We doen het niet voor ons plezier. Daarom moeten we hen pijn doen om ze snel te laten antwoorden. Een ander doel is hen psychisch te breken en hun de eigen wil te ontnemen. Het is niet iets dat wordt gedaan uit persoonlijke wrok of uit zelfbevrediging. We slaan ze dus om ze bang te maken maar absoluut niet om ze te doden. Bij het martelen is het noodzakelijk om eerst hun gezondheidstoestand en het bijpassende foltermiddel te onderzoeken. Wees niet te gretig om ze snel te doden.”.

Deze blik in de ‘bureaucratie des doods’ van de Rode Khmer bevat alle belangrijke elementen van de wereld van de beul. De folteraar moet gewoon zijn werk doen, en dat is martelen. Hij moet dit werk zo goed mogelijk doen, met vakmanschap. Hij moet bepaalde resultaten bereiken: informatie en bekentenissen loskrijgen of de wil breken van iemand die de vijand wordt genoemd. Om het gewenste resultaat te behalen zal hij de meest effectieve methode toepassen, en dat is pijn doen en angst aanjagen. Informatie, bekentenissen en gebroken mensen zijn de eindproducten van het werk van de folteraar. Op grond van deze eindproducten zal beoordeeld worden of de folteraar al dan niet een vakman is, of hij promotie of degradatie verdient, of hij onmisbaar is of vervangbaar. Deze beoordelingskwestie verwijst naar het centrale element in de wereld van de beul: hij werkt altijd binnen een institutionele context, een hiërarchie waarin anderen – zijn superieuren en hun superieuren en daarvan weer de superieuren – bepalen wie de vijand is, welke informatie beslist noodzakelijk is en hoe die informatie afgedwongen moet worden.

S-21 oftewel Tuol SlengS-21 is nu genocide museum

Breekpunt

Wanneer je ex-folteraars vraagt waarom ze martelen, dan zijn hun antwoorden gewoonlijk variaties rond het thema van informatie en bekentenissen. Een Uruguäyaanse officier: “Om bekentenissen af te dwingen.” Een Namibische soldaat: “Om guerrilleros te ontdekken.” En Peruaanse politieman: “Om iemand tot spreken te dwingen moet je wel ondervragen met geweld. Er werden mensen gezocht en wij politieagenten moesten het onderzoek afhandelen. Dit onderzoek was noodzakelijk en daarom moesten we ook folteren.” Zelfs generaal Hugo Medina, die chef was van het Uruguayaanse leger toen dat de guerrillabeweging Tupamaros versloeg, gebruikte dit argument tijdens een interview met de New Yorker: “In veel gevallen stond het leven van een van onze kameraden op het spel en was het noodzakelijk snel informatie los te krijgen. Dat maakte het noodzakelijk hen te dwingen.”

 

 Bij folteren draait dus blijkbaar alles om de ondervraging. Om een proces van vragen en antwoorden dat logischerwijs zou kunnen worden afgebroken als alle vragen zijn beantwoord. Maar de zaak ligt ingewikkelder. Iemand ‘laten praten’ houdt meer in dan iemand aan het praten krijgen over een bepaald onderwerp. Het is ook een kwestie van machtsuitoefening, het opleggen van je wil aan iemand anders. Daarbij heeft de ene partij de absolute macht terwijl de andere volledig machteloos en weerloos is. De ene partij kan vragen en antwoorden, ageren en reageren, terwijl de andere partij alleen verbaal kan reageren en nooit weet of zijn woorden niet nieuw geweld zullen uitlokken of de dood. Zich verzetten of meewerken, schuldig of onschuldig zijn – het zou allemaal wel eens volslagen irrelevant kunnen zijn voor het uiteindelijke lot van het slachtoffer dat alleen staat voor een groep folteraars. Iedereen kan zodanig onder druk worden gezet dat hij breekt, de een vroeger, de ander later. De geschoolde folteraar bereikt dit breekpunt eerder dan de incompetente.

tuolsleng-rulesDe ‘regels’ in Tuol Sleng

Destabiliseren

Luister naar een beul die actief was in het Rhodesië van voor de onafhankelijkheid en die zelf werd gemarteld toen hij door de opstandelingen gegrepen was: “Als je iemand martelt concentreer je je op je slachtoffer, probeer je te begrijpen tot waar hij zich kan verzetten. Hoe sterk is hij, kan hij de pijn verdragen, moet je hem psychologisch bewerken….Eerst doen ze pijn, een lange tijd, en dan geven ze je een sigaret en iets te eten. Zo proberen ze je vertrouwen te winnen. Want als je ze gaat vertrouwen zal je ze alles vertellen. Een tijdje doen ze zich voor als vrienden. En als het de eerste keer niet werkt, breken ze je opnieuw en zonodig weer opnieuw. Dit is de psychologische manier om je te destabiliseren.”

Luister opnieuw naar de Rode Khmer: “Stel ze op hun gemak door ze iets te eten te geven. Verzeker ze ervan de de Partij hun positie zal teruggeven. Jaag ze angst aan en breek ze op een intelligente manier. Beschimp ze zo dat ze iedere hoop verliezen dat ze het zullen overleven. Betrek ze daarna bij een gewoon gesprek, maar zo dat het enig nut heeft. Zet ze aan het denken over hun familie, hun vrouwen, hun kinderen en hun leven. Zeg dingen  tegen ze als: laat me je niet hoeven martelen of nog erger; dat is slecht voor je gezondheid en maakt het alleen maar moeilijk voor ons om in de toekomst met elkaar te kunnen omgaan. vermijd propaganda waardoor ze onze zwakke punten kunnen voelen. Laat ze niet in de gaten krijgen dat wij willen dat ze iets bekennen over een bepaald iemand of over een bepaalde zaak.”

Luister naar een slachtoffer dat acht jaar en 45 dagen in de Libertad-gevangenis in Uruguay zat: “Iedereen van ons werd dagenlang gemarteld zonder ophouden, in het begin zelfs zonder dat we werden ondervraagd. Ze waren niet eens echt op zoek naar informatie – ze wisten alles allang en hadden alle namen. Het was allemaal gewoon een deel van het proces.”

carobeul-mrm02

Luister naar Andrés Valenzuela, een Chileense ex-folteraar: “Iedere gevangene werd gemarteld, iemands leeftijd of geslacht of achtergrond deed er niet toe.”

Luister ten slotte nogmaals naar de Rode Khmer: “Zij kunnen niet aan foltering ontsnappen. Het enige verschil is of er veel of weinig gemarteld zal worden. Maar hoewel we folteren dus beschouwen als een noodzakelijke maatregel, moeten we nooit uit het oog verliezen wat ons politieke doel is: dat ze altijd en absoluut komen tot een bekentenis.”

Het uiteindelijke doel van het martelen is dus, politiek gezien, het opleggen van de wil van het regime aan iedereen, zelfs aan degenen die ten dode zijn opgeschreven. De ondervraging is slechts een middel om dit grotere doel te bereiken. De bekentenis en de gebroken mens zijn de bewijzen van de almacht van het regime.

 

Effectiviteit

Terwijl de Rode Khmer rücksichtslos mensen de dood injaagt, zijn andere regimes minder extreem bij het bereiken van hun doel. Toch hebben ook zij te maken met dit centrale probleem: hoe kunnen wij ons werk zo effectief mogelijk doen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de volgende paragraaf in het onderzoeksrapport van de Landau-commissie over het functioneren van de Israëlische geheime dienst Shin Beth: “De drukmiddelen moeten principieel de vorm aannemen van een niet-gewelddadige druk door middel van een strenge en uitvoerige ondervraging, waarbij listen en misleidende handelingen toegestaan zijn. Echter, wanneer deze middelen hun doel niet bereiken, kan een maatregel als het uitoefenen van lichte fysieke druk niet worden vermeden.”

Hier zien we een poging om richtlijnen te geven die moeten voorkomen wat de commissie noemde “het gevaar van afglijden naar methodes die gepraktiseerd worden door regimes die wij verafschuwen”. Maar het toestaan van gematigde fysieke pressie leidt nu juist onvermijdelijk tot precies datgene wat de commissie probeerde te voorkomen: martelen. Want hoe meer je probeert het gebruik van drukmiddelen te reguleren en te matigen, des te minder effectief worden ze. Als de gevangene precies weet wat er gaat gebeuren, zal hij óf al vroegtijdig toegeven, óf onwankelbaar blijven omdat hij weet dat het niet erger wordt. In het laatste geval staat de ondervrager bloot aan de verleiding de druk op te voeren om toch succes te boeken. En deze stap is dan des te gemakkelijker omdat het morele en wettelijke taboe en de psychologische barrière die het gebruik van geweld in de weg staan, in feite al uit de weg geruimd zijn.

*

Drie typen folteraars

Naast de gehoorzame dienaar van het regime onderscheidt Crelinsten drie typen van folteraars:

  1. De zeloot of ijveraar martelt uit overtuiging. Hij gelooft voor de volle 100 procent in de noodzaak om het vaderland of de ideologie te verdedigen tegen de vijand. Hij is wreed omdat dit de beste resultaten oplevert en hij heeft volledige controle over zijn emoties
  2. De professional of carrièremaker martelt omdat het gewoon zijn werk is. Het martelen is een onvermijdelijk stadium in zijn loopbaan, het is een manier om promotie te maken of privileges te verdienen. Hij is eerder zakelijk dan wreed en tracht excessen te vermijden.
  3. De sadist martelt omdat hij er genoegen in schept anderen te laten lijden. Hij kan effectief zijn, maar tevens is het gevaar groot dat hij te snel te ver gaat en zijn slachtoffer ‘verliest’ voordat hij alle informatie heeft gekregen.

Van de drie typen staat de sadist het minst in aanzien bij een folterregime. Hij is de bruut die het eigenbelang te gemakkelijk laat prevaleren boven het algemeen belang. Wanneer dit leidt tot verlies van controle kan het zelfs de zaak waarvoor gemarteld wordt schaden. De zeloot en de professional zijn dus het meest geschikt voor het folterwerk. Men mag echter nooit vergeten dat martelen vrijwel altijd groepswerk is. De ‘beste’ resultaten worden waarschijnlijk behaald door een team waarin de drie verschillende typen vertegenwoordigd zijn.

Eufemismen

Folteraars gebruiken graag eufemismen bij hun werk, evenals zwarte humor, sick jokes, obsceniteiten, godslasteringen en cynische opmerkingen. Dit gebeurt om twee redenen. Enerzijds kan het gebruik van dit jargon dienen voor het versterken van de onderlinge groepsband. Anderzijds gebruikt de folteraar dit jargon om zichzelf af te schermen voor de gruwelen. Door het negatieve lijden van het slachtoffer positief te benoemen wordt dit als het ware ontkend en kan het slachtoffer eenvoudig worden ontmenselijkt. Als iemand niet meer als mens wordt gezien is het gemakkelijker om hem iets aan te doen. Ook de dierlijke kreten van de gemartelden dragen hiertoe bij.

Eind jaren zeventig dreven Paraguayaanse folteraars de spot met de mensenrechtenthema’s van president Carter door hun verschillende knuppels ‘grondwet’, ‘democratie’, ‘vrijheid’, en ‘mensenrechten’ te noemen. Bij het afranselen schreeuwden ze dan: “Hier heb je je vrijheid, hier heb je je mensenrechten.”

Het is in folterkringen gebruikelijk de dingen niet bij hun naam te noemen. Martelingen worden vaak ‘ondervraging’ genoemd, of ‘teaparty’, of ‘ontbijt’, al naar gelang het soort en de intensiteit van de foltering. Het is trouwens opvallend hoe vaak er termen uit de kookkunst worden gebezigd. Het verband tussen de termen ‘grill’ en ‘braadpan’ en de martelingen waarnaar ze verwijzen, laat zich raden.

Een wijd verbreid verschijnsel onder folteraars is ook het gebruik van bepaalde schuilnamen. Namen als ‘De Gorilla’, ‘De Dokter’, ‘De Tijger’, of ‘Kapitein Gestapo’ worden natuurlijk niet alleen gebruikt uit veiligheidsoverwegingen, maar zijn tevens bedoeld om een onheilspellende boodschap over te brengen.

Dit artikel en het volgende (Beulen worden niet geboren maar gemaakt) zijn een samenvatting van de lezing die Ronald Crelinsten hield op het PIOOM-symposium.

(MRM, jaargang 1, nummer 2, februari 1992)

back

terug naar inhoudsopgave