Wordt Vervolgd – Politieke moorden in Colombia

Drugsoorlog leidt aandacht af van politiek geweld

 

door Bart Pijnenburg en Joop Heij

In 1988 en de eerste helft van 1989 zijn meer dan 2500 Colombianen het slachtoffer geworden van buitengerechtelijke executies. Nog eens 250 Colombianen ‘verdwenen’ nadat zij in hechtenis waren genomen. Deze cijfers wijzen op een scherpe toename van mensenrechtenschendingen in Colombia. Verantwoordelijk hiervoor zijn paramilitaire groeperingen, de zogenoemde doodseskaders, die vaal samenwerken met het leger en soms worden gefinancierd door de drugsmaffia.

Slachtoffers zijn vooral mensen uit de vakbeweging of van de linkse oppositiepartij UP en sympathisanten van de guerrilleros. Hieruit blijkt dat het merendeel van deze moorden een politiek karakter heeft. Ook mensenrechtenactivisten en leden van de rechterlijke macht zijn vaak doelwit van paramilitaire groeperingen. UrabacolVerscheidene rechters zijn in de afgelopen maanden bedreigd met de dood. In juli en augustus zijn ten minste twee burgerrechters omgebracht toen zij probeerden een onderzoek in te stellen naar mensenrechtenschendingen. Eén van de slachtoffers, dr Maria Elena Diaz Pérez, werd in haar auto doodgeschoten door niet-geïdentificeerde mannen; twee van haar lijfwachten werden eveneens vermoord. Dr Diaz verving een andere rechter, die het bloedbad van maart 1988 onder 21 arbeiders van een bananenplantage in Urabá onderzocht. In verband met deze zaak had zij in september van dat jaar de hechtenisbevelen van drie militairen bekrachtigd.

Een nieuw fenomeen zijn de massamoorden. Er werden verschillende gevallen gemeld waarbij groepen ongewapende burgers het slachtoffer werden. In 1988 zijn bij meer dan 30 incidenten in totaal 350 burgers gedood. Colombiaanse mensenrechtenorganisaties schatten het aantal massamoorden (vijf of meer personen) op ruim 70. Opvallende is dat deze moorden bijna zonder uitzondering voorkwamen in gebieden die onder zware militaire controle staan.

Dit roept meteen vragen op over de betrokkenheid van het leger bij deze politieke moorden. Door de Colombiaanse autoriteiten worden de moorden gemakkelijk aan de doodseskaders toegeschreven. De regering van Colombia heeft de activiteiten van bepaalde gewapende groeperingen openlijk veroordeeld. President Virgilio Barco heeft wetten ingevoerd om deze activiteiten, die volgens hem gefinancierd worden door drugshandelaren, te bestrijden. Deze omvatten onder meer opschorting van een wet die het militairen toestaat burgers te bewapenen.

Colombia paramilitares

Er komen steeds meer bewijzen dat delen van het Colombiaanse leger betrokken zijn bij deze doodseskaders. Recentelijk hebben burgerrechtbanken aangetoond dat politieke moorden, die zogenaamd door de paramilitaire doodseskaders zijn uitgevoerd, in werkelijkheid zijn voorbereid en uitgevoerd door legerofficieren. Ongeregelde paramilitaire troepen hebben op gezag van het leger deze moorden begaan.

De overheid geeft toe dat individuele leden van de strijdkrachten banden hebben met paramilitaire doodseskaders, maar ontkent hardnekkig institutionele ondersteuning door het militaire apparaat..

Het feit dat in dit gebied geen botsingen tussen legereenheden en de doodseskaders zijn gemeld, is curieus. Het lijkt erop dat de doodseskaders deel uitmaken van het intimidatieprogramma van de strijdkrachten om de linkse oppositie te bestrijden.

Er komen langzaam ook bewijzen voor de betrokkenheid van de Colombiaanse drugsmaffia aan het licht. Van een van de meest beruchte doodseskaders (MAS, Muerte al los Secuestrados) is algemeen bekend dat zij rechtstreeks wordt gefinancierd door de maffia. Deze paramilitaire organisatie komt openlijk uit voor haar doel: de guerrillabeweging uitroeien. Hierin komt ook de belangenverstrengeling tussen leger en maffia naar voren. Amnesty beschikt over bewijzen dat dat sinds 1985 delen van het leger zich in toenemende mate met de drugshandelaren hebben verbonden.

De Colombiaanse samenleving is er een vol geweld: tussen 1982 en 1988 werden 92.000 moorden gepleegd. Slechts 9000 daarvan hadden met drugs te maken. Hoeveel moorden een politiek karakter hadden is moeilijk te zeggen. De recente drugsoorlog heeft een nieuwe uitbarsting van geweld veroorzaakt. De media stortten zich eind augustus gulzig op de oorlog tegen de maffia. Amnesty vreest dat deze internationale belangstelling de aandacht van de mensenrechten zal afleiden. De drugsoorlog mag nooit een excuus worden voor politieke moorden door middel van buitengerechtelijke executies, martelingen en ‘verdwijningen’ door of op aandringen van regeringstroepen.

(Wordt Vervolgd, jaargang 22, nr. 12, december 1989)

backterug naar inhoudsopgave