Wordt Vervolgd – Amerika koestert doodstraf

Geen gratie zonder geld en goede vrienden

interview Bart Stapert, doodstrafjurist

 

door Joop Heij

Wat bezielt een Nederlander om in de Verenigde Staten voor duizend dollar per maand 80 uur in de week te werken voor een bijna uitzichtloze zaak? Bart Stapert, voorheen doodstrafmedewerker van Amnesty Nederland, maakte anderhalf jaar geleden de overstap naar de Virginia Coalition on Jails and Prisons. Eind april was hij even in Nederland om zijn zevenentwintigste verjaardag te vieren en om fondsen te werven.

 

Ondanks een overvol programma vindt Bart Stapert even de tijd om zijn oude vrienden van Amnesty te bezoeken. Bart is zeer tevreden over zijn verblijf in Nederland. Hij was te gast in de TV-show van Karel van de Graaf, waar hij uitvoerig over zijn werk voor de terdoodveroordeelden heeft kunnen vertellen. Financieel is zijn missie in ieder geval al geslaagd. Na het tv-optreden belde er iemand die een aanzienlijk bedrag ter beschikking stelde.

Geldgebrek is volgens Bart een steeds terugkerend thema bij de terdoodveroordeelden in de VS.Hij schetst een somber beeld van de stand van zaken. “Tachtig procent van de Amerikanen is vóór de doodstraf. De criminaliteit is acht keer zo groot als in Europa. De gigantische sociale problemen zoals drugs, illegale immigranten en daklozen jagen de meeste Amerikanen zoveel angst aan dat ze denken dat het land alleen nog maar in de hand te houden is dankzij de doodstraf, die daardoor en belangrijk politiek issue is. Als iemand tot gouverneur van een staat gekozen wil worden, is hij welhaast gedwongen zich voor de doodstraf uit te spreken. De gouverneur benoemt de rechters en uit eigenbelang zijn dat dus rechters die ook voor de doodstraf zijn. Bovendien is de gouverneur de enige die een terdoodveroordeelde gratie kan verlenen. Je moet dan wel een hele goede reden voor gratie hebben, wil je je kiezers niet tegen je in het harnas jagen.”

bartstapert

Deze ‘populariteit’ van de doodstraf zorgt ervoor dat de belangstelling van de Amerikanen voor de strijd ertegen miniem is. Sterker nog, als mensen bij acties tegen de doodstraf betrokken zijn, lopen ze de kans door vrienden en familie met de nek te worden aangekeken. Daardoor werken er bij de doodstrafcomités zoveel buitenlanders. Veel ernstiger zijn de gevolgen van dit mechanisme voor de verdachte zelf. Als een verdachte arm en zwart is, heeft hij weinig kans op een goed proces. Hij krijgt wel een pro deo advocaat toegewezen, maar om bij een jury een kans te maken, moet je een goede advocaat hebben. En goede advocaten zijn duur. Dat geld is er dus niet, zelfs niet om de zaak behoorlijk te onderzoeken. Als iemand eenmaal ter dood is veroordeeld, is hij er nog beroerder aan toe: voor een beroepsprocedure heeft hij zelfs geen recht op toewijzing van een pro deo advocaat.

“Eén van de taken van een doodstrafcomité als de Virginia Coalition is het werven van vrijwillige advocaten voor beroepsprocedures en het verzamelen van informatie. Het is vreselijk moeilijk om goede mensen te krijgen.Er is geen droog brood aan te verdienen en er is voor een advocaat ook nauwelijks eer aan te behalen. Dat wordt anders wanneer er sterke aanwijzingen zijn dat iemand ten onrechte ter dood is veroordeeld of wanneer duidelijk is dat er geen eerlijk proces is geweest. Want Amerikanen hebben wel een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Daarom lukte het uiteindelijk ook om het vonnis tegen Joe Giarritano herroepen te krijgen”

Over Joe Giarritano gesproken, wat maakt iemand eigenlijk tot een internationaal bekende terdoodveroordeelde voor wie velen zich willen uitsloven?

“Ten eerste moet je een boeiende persoonlijkheid zijn. Ten tweede moet je waarschijnlijk onschuldig zijn, of in ieder geval moeten veel mensen ervan overtuigd zijn dat je geen eerlijk proces hebt gehad. Daarnaast moet je de juiste vrienden hebben die aan genoeg geld kunnen komen voor een grote actie. En daarna moet er heel lang heel hard gewerkt worden. Maar het belangrijkste is dat er ook op de juiste manier gewerkt wordt.”

Bart vindt dat de manier waarop men in Europa de Verenigde Staten aanpakt niet de juiste. “Ik vind de opstelling van Europeanen tegenover de doodstraf in Amerika erg arrogant. Ethisch wel juist, maar praktisch heeft het weinig nut. Amerikanen reageren er nogal geïrriteerd op. In Europa is volgens hen alles heel lief en braaf vergeleken bij de VS. Maar Amerikanen beschouwen hun land als verloren zonder de rem van de doodstraf. Ik vind dat we deze angst moeten respecteren en liever moeten proberen te helpen bij het oplossen van de problemen.

Ook op de aanpak van Amnesty heeft Bart kritiek. “Zoals het nu gaat is het weinig effectief. Meestal komt Amnesty pas op het allerlaatste moment in actie. In individuele gevallen voert zij in de laatste maand brief- en telefoonacties om de gouverneur te bewegen tot gratieverlening. Maar juist vanwege de politieke gevoeligheid moet je vaak jarenlang druk uitoefenen op de gouverneur en de publieke opinie om resultaat te boeken. Gelukkig wordt door sommige afdelingen binnen Amnesty (waaronder de Nederlandse) wel beseft dat de normale strategie hier niet werkt.”

Dit is een van de redenen geweest dat Bart van Amnesty is overgestapt naar de harde praktijk in Amerika. “Een paar jaar geleden maakte ik tijdens een LKG-bijeenkomst kennis met Mary Deans. Zij is de directeur van de Virginia Coalition on Jails and Prisons  en zij heeft mij gevraagd voor hen te komen werken. Ik kan hier veel directer bezig zijn. In Virginia zitten 45 mensen on death row, van wie er drie waarschijnlijk onschuldig zijn. We spannen ons niet alleen in voor hun proces, we verlenen ook morele bijstand, soms tot een kwartier voor de executie.”

Ten slotte vraag ik Bart Stapert hoe hij dit zware werk vol kan houden.

“Je moet wel veel geven, maar je krijgt er ook heel veel voor terug. Je merkt aan de mensen dat je absoluut nodig bent. Een terdoodveroordeelde heeft veel meegemaakt, heeft hard leren vechten. Hij straalt vaak een enorme positieve energie uit. Je hebt er die jou gaan troosten. Die mensen hebben diepgang. Ze hebben niets meer te verliezen of te verbergen. Ze zijn echt.”

Maar waarom is hij dit gaan doen, dring ik aan.

Voor het eerst aarzelt Bart een beetje. Begrijpelijk, want persoonlijk motieven voor dergelijk werk klinken al gauw melodramatisch.

“Zeven jaar geleden is een vriend van mij gestorven aan leukemie. Zij aftakeling heeft me verschrikkelijk aangegrepen. Na zijn dood heb ik me binnen Amnesty helemaal op de doodstraf geworpen. Misschien is het omdat ik zo toch nog het gevecht kan winnen dat hij verloren heeft.”

(Wordt Vervolgd, jaargang 24, nr. 7/8, juli/augustus 1991)

backterug naar inhoudsopgave