Wordt Vervolgd – Amnesty in de ban van de ping

Sponsors werven mag voortaan

door Joop Heij

Een door geldnood geplaagd Amnesty mag fondsen gaan werven bij het bedrijfsleven. Dat heeft de Algemene Vergadering besloten op voorstel van het bestuur.  Echt enthousiast zijn de meeste leden niet. Zij zijn bang dat Amnesty’s onafhankelijkheid gevaar loopt. Sommigen spreken zelfs van een verkwanseling van de principes.

 

De grote eensgezindheid in de vergadering tijdens de discussie over de toekomst van Amnesty verdwijnt op slag als agendapunt 11 – ínkomstenverhogende maatregelen – aan de orde komt. Zoals ieder lid inmiddels dient te weten, is het met de financiële situatie van Amnesty droevig gesteld. De internationale situatie brengt steeds meer werk met zich mee, terwijl de inkomsten tegenvallen door de recessie. Daarom wil het bestuur de contributie verhogen en voortaan ook geld van het bedrijfsleven aannemen. Het verbod op financiële steun door de overheid wil het bestuur wél handhaven.

amnestytaken

Met een flinterdunne meerderheid komt de contributieverhoging naar f 52,50 erdoor. Maar de minimale bijdrage moet van de vergadering 20 gulden blijven. Hét hete hangijzer van deze dag is echter de vraag of Amnesty ook geld mag aannemen van niet-particulieren. Het bestuur kiest voor een twee-sporenbeleid. Geld aannemen van welke overheid dan ook, zelfs op locaal niveau, zou verboden moeten blijven. Maar fondsen werven bij bedrijven waarvan vaststaat dat ze niet bij mensenrechtenschendingen zijn betrokken, moet kunnen. Het bestuur verzekert in alle toonaarden tegenover de sceptische zaal, dat de onafhankelijkheid van Amnesty hierdoor absoluut geen gevaar loopt.

 

Imago

De regio Limburg is faliekant tegen iedere vorm van sponsoring. Afgevaardigde Peter van Neer uit Maastricht verbaast zich erover dat er geen andere afwijzende resoluties zijn ingediend. “In onze regio waren vrijwel alle groepen unaniem tegen steun van het bedrijfsleven. Volgens ons begeeft Amnesty zich zo op het hellende vlak. Zelfs al wordt onze onafhankelijkheid dan misschien niet direct aangetast, dan nog is geld aannemen foute boel. Dat móet leiden tot het afglijden van ons imago. En dat kunnen we ons niet permitteren, want we moeten op straat de mensen recht in de ogen kunnen kijken.”

Paul Tilanus, van de landelijke LKG-vergadering vindt echter dat de bestuursvoorstellen lang niet ver genoeg gaan. De LKG’s willen in bepaalde gevallen ook fondsen van gemeentelijke en provinciale overheden kunnen aannemen. “Dat is door het internationale bestuur niet verboden en het gebeurt bij afdelingen in de landen om ons heen ook. Waarom zou Nederland principiëler moeten zijn dan de rest?”, zo vraagt hij zich af. Maar dit LKG-voorstel sneuvelt snel, tot genoegen van de Limburgers, die hierin een ondersteuning van hun standpunt zien.

Het spreekt welhaast vanzelf dat Paul Tilanus ook voorstander is van bedrijfssponsoring. “Ik werk bij PTT Telecom. De PTT stopt een paar miljoen in de nieuwe zuidvleugel van het Rijksmuseum en de kunstpraatjes van Henk van Os op de tv. Er gaan ook miljoenen naar de voetbalcompetitie, ondanks het bijbehorende vandalisme. Nou dan weet ik wel een betere manier voor de PTT om z’n imago op te krikken. Het zou voor de PTT toch een fluitje van een cent moeten zijn om iets voor Amnesty te doen in de sfeer van de portokosten, voor onze periodieken en onze direct mail.”

 

Vijandbeeld

Tijdens de discussies blijkt dat het beeld van het bedrijfsleven bij veel leden veranderd is. Het is niet langer de vijand met als enige doelstelling pure winstmakerij. Maar het grote strijdpunt is de controle: hoe kun je ooit controleren of een bedrijf niet ergens ter wereld bij mensenrechtenschendingen betrokken is? Het bestuur meent dat bij een flink aantal bedrijven die kans nihil is, zoals bij het midden- en kleinbedrijf. Toch blijven veel aanwezigen aarzelen. Mevrouw Bruggeman, sinds mensenheugenis op de jaarvergaderingen aanwezig als individueel lid uit Den Haag, verwoordt dit als volgt: “Ik ben blij dat het vijandbeeld van het bedrijfsleven achterhaald is, maar ik vind ook dat onze oude principes wel wat gemakkelijk worden prijsgegeven.”

Wanneer er geen nieuwe argumenten meer komen en het uur der waarheid aanbreekt, worden nog heel wat afgevaardigden heen en weer geslingerd tussen de hoop op financiële bloei en de vrees voor een morele aftakeling. Sommigen kunnen niet kiezen in dit klassieke dilemma, zoals Marjolijn van der Luit van de groep Goeree-Overflakkee. “Ik vind beslissen hierover te moeilijk en daarom onthoud ik me van stemming.”

Bij de stemming is de uitslag zo onduidelijk dat er hoofdelijk geteld moet worden. Als even later blijkt dat het bestuur zijn zin krijgt en Amnesty dus haar hand mag ophouden bij het bedrijfsleven, verlaten de afgevaardigden uit Limburg verbijsterd de vergadering. Zij kijken alsof Amnesty zojuist haar ziel aan de duivel heeft verkocht. Volgens Peter van Neer kan deze beslissing nog een staartje krijgen. “Dit is niet best. Enkele tientallen leden in de regio Limburg hebben al gezegd dit als een totale verkwanseling van de principes van Amnesty te beschouwen. Het zou mij niet verbazen als zij de vereniging nu de rug toekeren.”

Voor penningmeester Henk Vaartjes ziet de financiële toekomst er nu heel wat zonniger uit. Het kersvers gekozen bestuurslid Betje van Everdingen, in het dagelijks leven directeur van een direct-marketingbureau, moet al staan te trappelen om haar specialisme voor Amnesty in de strijd te werpen.

 

(Wordt Vervolgd, jaargang 26, nr. 7/8, juli/augustus 1993)

backterug naar inhoudsopgave