Wordt Vervolgd – Mexicaanse Indianen Vogelvrij

Caciques huren pistoleros in voor moordpartijen

door Joop Heij

Voor Latijnsamerikaanse begrippen is Mexico een vrij rustig land. Er vinden relatief weinig schendingen van mensenrechten plaats. Sinds jaar en dag krijgen vluchtelingen uit heel Latijns-Amerika er gastvrij onderdak. Toch ontkomen ook hier de indianen niet aan vervolging en onderdrukking.

De meeste meldingen van misdaden tegen indianen krijgt Amnesty uit het westen van deelstaat Oaxaca. In een gebied met bestaande uit bergland en laagland met subtropisch regenwoud leven al 2000 jaar de Triqui-indianen. Vooral het laagland is zeer vruchtbaar  en wordt gebruikt voor de koffieteelt. Al jaren proberen grootgrondbezitters uit de streek de traditionele rechten van de indianen op hun grond aan te tasten. Deze caciques ondervinden steun van de plaatselijke overheid bij hun pogingen deze gronden in te pikken en rendabeler te exploiteren. In feite hebben de caciques de koffieteelt en -handel in Oaxaca volledig gemonopoliseerd. Om hierin verandering te brengen werd in 1981 MULT gevormd, de Movimiento de Unificación y Lucha de Triqui (Beweging voor de Vereniging en Strijd van de Triqui).

Deze niet-gewelddadige organisatie tracht de krachten van de dorpsgemeenschappen te bundelen en de traditionele rechten van de Triqui op hun gemeenschappelijke land te verdedigen. Ook probeert MULT coöperaties te organiseren voor de indiaanse koffieproductie.

 

Deze activiteiten van MULT zijn de caciques een doorn in het oog. Wanneer waarschuwingen, pesterijen en dreigementen niet helpen om MULT-leiders tot de orde te roepen, worden er grovere middelen ingezet. Geregeld worden er Triquis gearresteerd en tijdens hun gevangenschap gemarteld. Velen van hen spreken geen Spaans maar krijgen toch geen tolk toegewezen. In andere gevallen maken de caciques gebruik van pistoleros (huurmoordenaars).

Zij branden de hutten plat en verkrachten de vrouwen om de families van hun grond te verdrijven. De laatste tijd komt het regelmatig tot moordpartijen op Triqui-leiders. Soms worden de slachtoffers beschoten vanuit een hinderlaag. Executies in de woningen van de betrokkenen komen ook voor. Van februari 1989 tot mei 1990 (toen er een Amnesty-delegatie op bezoek was) zijn achttien Triqui-boeren vermoord. Alleen al in het dorp Unión de los Angeles kwamen vier mannen om: Juán Manuel Hernandez, Aurelio Martinez Alvarez, Manuel Velasco Ortega en Santiago Merino Hernandez.

De pistoleros nemen vaak niet eens de moeite om de vele getuigen van deze moorden uit de weg te ruimen. In alle gevallen werd bij de autoriteiten aangifte gedaan ne er werd verzocht om ter plaatse een onderzoek in te stellen. Tot nu toe is er op deze verzoeken niet gereageerd, zelfs niet als de daders bekend waren. Er zijn aanwijzingen dat de plaatselijke autoriteiten en individuele leden van de politie en het leger op de hand zijn van de caciques en soms met hen samenwerken. Amnesty beschuldigt de Mexicaanse autoriteiten ervan dat ze de caciques en hun pistoleros volkomen ongestoord hun gang laten gaan.

(Wordt Vervolgd, jaargang 23, nr. 11, november 1990)

backterug naar inhoudsopgave