Perspectief – deel 1. De Projekt-ontwikkelaar – 1. Wraak

 

Door Joop Heij

Hoofdstuk 1: Wraak

Omdat er tot de catastrofe van het “congres” geen tegenslagen in zijn leven waren geweest waarbij het noodlot zich zó massaal tegen hem samenbalde, zich zó onvergeeflijk aan hem vergreep, duurde het een hele week vol wanhoop en ongekende vertwijfeling vóór hij er in slaagde zijn onwankelbare zelfvertrouwen te herwinnen. Nooit eerder had het geluk hem zo in de steek gelaten. Geen wonder dat hij even van zijn stuk was geraakt. Maar het was hem snel gelukt, het geloof in zijn schitterende toekomst was ongebroken teruggekeerd, een toekomst even schitterend als die in het verleden altijd geweest was. Tevreden stelde hij vast dat hij na de doorstane beproeving nog onveranderd in staat was het hoofd te bieden aan de grootste tegenslagen. Toegegeven, het had moeite gekost, maar hij had zichzelf dan toch maar weer mooi aan zijn eigen haren uit het moeras weten te trekken. Hij had zich weten te dwingen het lot wederom in eigen hand te nemen. Hij was er nu weer bovenop en hij was er van overtuigd dat het hem ook zou lukken het ze betaald te zetten, na wat ze hem geflikt hadden.

Goed, misschien viel er tegen de aanstichters persoonlijk weinig uit te richten, al viel ook daar misschien nog wel wat op te verzinnen, maar uiteindelijk zou hij ze als collectief, als organisatie, als denkwijze, allemaal te grazen nemen, dat wist hij zeker, al wist hij nog niet precies hoe. Weer kreeg de emotie de overhand op de rede en hij kon niet voorkomen dat hij kortstondig terugviel in die onthutsende mengeling van blinde razernij, wrok en schaamte van de afgelopen week.

Hij zóu ze …. Hij zou ze naar zijn pijpen laten dansen, hij zou het ze inpeperen, hij zou ze een poepie laten ruiken waar ze amechtig naar adem snakkend steil van achterover zouden slaan, hij zou ze mores leren, hij zou ze…. Hij zou ze krijgen godverdomme, al die stomme klootzakken van het Projekt, die het gewaagd hadden hem en zijn schitterende plannen, die hij nota bene voor hun eigen bestwil had ontwikkeld, te dwarsbomen, te torpederen, af te wijzen. Die smeerlappen die onder één hoedje gespeeld hadden om hem tot slot (toen de boel uit hand liep en hij zichzelf – een klein foutje, dat gaf hij toe – niet meer had kunnen beheersen) in zijn hemd te zetten en uit te kotsen. De hele zaak was toch zeker in scène gezet om hem te laten sneuvelen?

Hij hoefde maar terug te denken aan wat er gebeurd was toen de zaak tot uitbarsting kwam (wat was er eigenlijk precies gebeurd?) en onmiddellijk, alsof je op een knop drukte en een machine in werking stelde, raakte hij weer in die toestand van ziedende woede die hem ook die avond in het conferentieoord bevangen had.

Tot een dergelijke razernij was hij nog nooit gedreven, al stond hij bekend (en daar was hij trots op) als ‘geen gemakkelijk mannetje’, dat licht ontvlambaar was en dan naar hartenlust vuurspuwde en stoom afblies. Hij was trots op deze eigenschap, die hem overal waar hij kwam de naam van bullebak bezorgd had, maar die hem altijd o zo goed was uitgekomen bij het forceren van belangrijke beslissingen.

Naarmate hij zich meer opwond groeide ook, merkwaardigerwijze, zijn gevoel van tevredenheid. Zo wist hij met steeds absolutere zekerheid dat hij weer de oude was en dat hij slagvaardig genoeg was om de hele wereld aan te kunnen.

*

Hij had ook nooit met die mafketels in zee moeten gaan. Hij had van te voren kunnen weten dat dat zootje halfzachte werklozen niet deugde. Niet konden deugen, want anders waren ze natuurlijk niet werkloos geworden, of hadden ze ten minste wel ander werk gezocht in plaats van een beetje zielig bij elkaar te zitten hokken.

En daar hoorde Ada nu dus ook bij!

Vergeefs probeerde hij enige tijd zijn vriendin (zijn ex-vriendin!) uit zijn gedachten te bannen, en toen dat niet zo snel lukte besloot hij dat het noodzakelijk was die knoop nu definitief als doorgehakt te beschouwen. Zij was passée, weg ermee!

Hij had haar de hele week niet in huis toegelaten en zelfs geweigerd haar te woord te staan. En zo zou het blijven, hij wilde niets meer met haar te maken hebben, haar verraad was onvergeeflijk geweest. Dat had letterlijk de deur dicht gedaan, dacht hij cynisch. Zij kon de pot op, nu hij zich door haar zo gruwelijk in de zeik had laten zetten! Met moeite wist hij de zich alweer opdringende schaamte te onderdrukken door steun te zoeken bij de voorwerpen om hem heen. Zijn blik gleed langs het dure interieur en bleef toevallig steken bij de scheurkalender aan de muur. De 23ste, zag hij, dat was niet de juiste datum, dat was de datum van het vertrek naar het conferentieoord, waar tijdens de discussiedagen de bom was gebarsten op een heel andere manier dan zijn bedoeling was geweest.

*

Hij stond op, liep naar de kalender en scheurde er een aantal blaadjes af, die hij ongelezen wegwierp. Merendeels flauwe grappen en spreuken, had hij altijd gevonden, maar zijn vriendin was dol op dat soort onzin en ze had het hele huis er vol mee gehangen, in ieder vertrek minstens één. Hij aarzelde of het wel de juiste datum was die zich nu als vetgedrukt teken aan de wand afficheerde, draaide 002 voor de tijd en realiseerde zich pas toen het tuut tuut tuut na de melding klonk, dat ze daar de datum niet ook meedeelden. Daarop zette hij zowel de radio als de TV aan en slaagde erin met behulp van de moeizaam opgescharrelde radiobode uit te vissen welke dag het precies was. Toen scheurde hij nog een paar blaadjes af en staarde een tijdje naar de vette 1 die er stond.

“De eerste van de maand”, mompelde hij, “kan men zich een geschikter tijdstip en een gunstiger voorteken indenken om een nieuw leven te beginnen?”

In zijn geest was nu klaarheid gekomen, het werd dus de hoogste tijd zijn omgeving daarbij aan te passen en schoon schip te maken. Systematisch nam hij de hele woning onder handen. Toen ze hier nog niet zo lang geleden waren ingetrokken, had hij gewoontegetrouw de grootste flat gehuurd die er in de hele wijk te vinden was, wat probleemloos ging omdat de grootste natuurlijk ook de duurste was, terwijl de huren in deze wijk sowieso voor bijna niemand op te brengen waren. Hoe groot het appartement ook was, het kon ternauwernood al zijn eigen en Ada’s spullen bevatten die ze hier vanuit verschillende adressen hadden bijeengebracht. Hij had niet eens alles wat hij als het zijne beschouwde uit het huis van zijn ex-vrouw weggesleept. En ook van de spullen die hij ergens had opgeslagen had hij nog het een en ander weggegooid. Maar al met al was het toch nog heel wat geweest wat hier terecht was gekomen, zeker toen daar zijn hele garderobe uit zijn Zwitserse appartement aan werd toegevoegd, plus alle privéspullen die links en rechts verspreid over de verschillende Europese kantoren slingerden. Met Ada was het idem dito geweest, met dit verschil dat zij minder dingen uit het huis van háár ex had weggehaald. Die rotzooi kan hij houden, als compensatie voor het hem aangedane leed, had ze gegiecheld. Maar daar stond tegenover dat haar garderobe nog stukken uitgebreider was dan de zijne.

Hij begon al haar spullen, alles wat hem aan haar herinnerde (uitgezonderd het luxueuze meubilair dat ze samen hadden aangeschaft, hoewel haar stem beslissend voor de keuze was geweest), bijeen te garen en in één ruimte onder te brengen. Al spoedig bleek dat er een tweede kamer nodig was om al haar troep te kunnen bevatten. Al snel nam hij niet meer de moeite de boel gewoon te versjouwen en neer te zetten. Op het laatst donderde hij alles met een toenemend genotsgevoel zo de kamers in, daarmee een opgestapelde chaos veroorzakend maar tegelijkertijd orde scheppend in de rest van het appartement. Toen er in de rest van het huis niets meer van haar aanwezigheid te bespeuren viel, zelfs de kalenders had hij een voor een van de muren gerukt, sloot hij de beide Adakamers hermetisch af en reduceerde daarmee de flat in één klap van een zes- tot een vierkamerappartement.

Ziezo, dat ruimt lekker op, stelde hij tevreden vast en opgewekt keek hij rond in zijn nieuwe woning. Die troep kon ze binnenkort een keer komen ophalen als hij er niet was, en hij maakte meteen telefonisch een afspraak via haar moeder. Hij ging niet in op pruttelende tegenwerpingen van die kant en kapte het mens resoluut af met de mededeling dat het zo moest en niet anders. Dat hij geen enkele behoefte aan verdere contacten had, noch met haar noch met haar familie dan wel haar vrienden en kennissen. En dat het – als het haar zo niet beviel – hém in ieder geval geen reet kon schelen. Dat ze dan verder naar haar spullen kon fluiten, of anders de politie er maar bij moest halen of zo. En aan sentimenteel gedoe had hij verder ook geen boodschap meer, het moest maar gewoon ophouden zo, zonder enig spoor na te laten, wat wel zou gaan, want ze waren godzijdank niet getrouwd, hooguit nog met iemand anders. “Ziezo, dat lucht op!” stelde hij nogmaals tevreden vast.

*

Hij keek door de glazen wand over het balkon naar buiten, naar het eindeloze perspectief van de gigantische gebouwenslingers van deze voor velen totaal perspectiefloze wijk. Daar had híj geen last van. Niet alleen zou hij hier zeker niet lang wonen, lang zo lang niet als de gemiddelde verdoemde, ook had zijn fotografisch oog hier ruim bevrediging gevonden terwijl hij zich in plaats van in een job tijdelijk kon uitleven in zijn hobby, waar hij anders veel te weinig tijd voor had. Als altijd streelden zijn ogen langs het fantastische lijnenspel dat hem hier zo aantrok. Ook als fotograaf, niet alleen als manager, was hij nu eenmaal een hele goeje; álles wat hij aanpakte deed hij nu eenmaal goed, wist hij. Plotseling moest hij grinniken toen hem te binnen schoot hoe hij Ada een tijdje geleden nog te pakken had gehad met de hautaine manier van grappen maken die hij er wel vaker op nahield en die maar weinigen bleken te kunnen waarderen, als ze het al begrepen. Een paar weken lang had hij haar, toen hij vond dat ze te dik begon te worden, iedere dag één foto gegeven, steeds verschillende, die echter op één punt met elkaar overeenkwamen. Het waren allemaal sterk perspectivische zwart-witopnamen, die hij in zijn doka met behulp van grafisch-ontwikkelaar, hard papier en met geraffineerde correctie- en doordruktechnieken aan hun sterk grafische karakter had geholpen. Zo kreeg ze achtereenvolgens (meestal al naast haar ontbijtbordje, als hij er op tijd aan dacht) een aantal verklaringen van zijn kant te zien die er niet om logen en die er naar zijn mening duimendik bovenop lagen, maar de stomme trut had er natuurlijk niks van begrepen. Hij had het haar nota bene achteraf twee keer moeten uitleggen. Opnamen van lange gangen, balkons, galerijen, snelwegen, metrogoten op pootjes, alles schijnbaar samenkomend in één onzichtbaar punt in de verte, maar daarnaar verwijzend middels zijn toch zo duidelijke opdracht aan haar: ‘lijnen`.

Nog zijn hoofd schuddend over zo veel onbegrip, wat hij overigens zag als een bevestiging dat hij blij mocht zijn dat hij nu van haar af was, liep hij het balkon op en keek neer vanaf de tiende verdieping op de weelderig golvende boomkruinen van de parkjungle, waaruit de kolossen zich grimmig verhieven.

“Een macro-dierentuin met reuzenkooien en gigantische apenrotsen”, dacht hij onwillekeurig, en dit beeld wentelde zich een paar maal om in zijn brein, om er steeds als ander idee uit op te duiken. “Bruine apen zijn hier al genoeg”, schimpte hij in gedachten, “en de rest loopt als angstige of getergde gekooide beesten rond.” Hij spon de vergelijking nog wat verder uit, knikte toen instemmend met zichzelf en wist plotseling heel zeker dat er in de wijk vele mogelijkheden verborgen lagen waar niemand ooit al aan had gedacht of had durven denken, maar waar hij triomfen mee zou kunnen vieren als hij zich een beetje zou inspannen. Een kwestie van ideeën maar vooral van organisatie, en daar moest je nu eenmaal een harde uit het bedrijfsleven voor hebben, niet zo’n stelletje fantasieloze ambtenaren die altijd alles op zeker speelden. Onder hen heerste een absoluut verbod op het ontwikkelen van verrassende initiatieven.

Zijn eenmaal op gang gebrachte beelden- en ideeënreeks was niet meer te stuiten en verbond zich op boosaardige wijze met het recente verleden, waardoor hij plotseling zeker wist hoe hij de zaken moest aanpakken om wraak te nemen.

Lees verder: Hoofdstuk 2 – De Projekt-ontwikkelaar