Perspectief – deel 2: Zuid-Oost – 3. Uitkomst

Door Joop Heij

Hoofdstuk 3: Uitkomst

 

Generaal Duyff was drie volle dagen lang niet van zijn boeiende lectuur weg te slaan. Nu was er natuurlijk ook niemand die dat zou durven proberen, maar mocht dat wel zo zijn geweest dan was de imaginaire onverschrokken waaghals hoogstwaarschijnlijk op hardnekkig verzet gestuit, want generaal Duyff bracht zelfs de nachten in zijn werkkamer door. Hij gunde zich nauwelijks de tijd om te eten, deed af en toe een hazenslaapje, werkte zich dieper en dieper i n de stapel rapporten, plannen, schetsen en projekten, en constateerde ten slotte dat de voorraad ideeën en sigaren tegelijkertijd uitgeput raakten.

Vermoeid en ongeschoren, maar voldaan en gelukkig als iemand die het licht heeft gezien, ontbood hij de oude mr. Servus bij zich. Deze had begrepen wat er gaande was toen het zo lang duurde voor hij iets hoorde.

“En excellentie?”, was het enige wat hij uit hoefde te brengen om in het strottenhoofd van generaal Duyff een klanklawine te ontketenen: “Voortreffelijk Servus, mijn welgemeende gelukwensen met je staatsrechtelijke smaak, je politieke instinct en inschattingsvermogen, je ideële anticipatie! Ik moet je hartelijk danken dat je me op het juiste moment met deze redder des vaderlands in aanraking hebt gebracht. Een genie, in één woord! Een hele grote die zijn tijd ver vooruit was. En zoals alle geniale persoonlijkheden zijn slechts minachting, wanbegrip en miskenning zijn deel geworden. Alle ideeën die mij al tijden vagelijk voor de geest zweefden, maar die ik tot op heden slechts moeizaam tot ontwikkeling en tastbaarheid wist te brengen, vond ik bij deze held des vaderlands – want zo mogen we hem gerust noemen – klip en klaar onder woorden gebracht. Het was alsof ik met mijn grote broer op stap was die glimlachend zijn jongere maatje inwijdt in de toch zo vanzelfsprekende geheimen van het leven, alsof het duister van mijn sigarenrook door één geweldige lucifer  verlicht en doorzichtig werd, nu ja, je weet wel.Je weet wat ik bedoel, je kent ht werk in kwestie zelf uiteraard het beste. En wij, Servus, jij en ik en de andere leden van de Militaire Raad, op ons rust de taak, ja de plicht, dit grote onrecht recht te zetten. Wij zullen er zorg voor dragen dat deze visionaire projekten waar mogelijk integraal worden uitgevoerd, en waar nodig aangepast. En wij zullen méér doen: wij zullen deze meeslepende ziener, achteraf of postuum, doen toekomen waar hij recht op heeft. De man verdient een standbeeld. Aan onderscheidingen, medailles en lintjes geen gebrek. Wij zullen hem er van onder tot boven mee volspelden. Wij zullen hem volledig rehabiliteren. Het volk zal er, naast mij, weer iemand bij hebben om te vereren, om te herdenken, om te bewonderen. À propos, weet je hoe de man in kwestie precies heet, en of hij nog leeft?”

“Nee, excellentie”, antwoordde mr. Servus glunderend van de erkenning die ook een beetje zíjn erkenning was, “maar dat kan geen probleem zijn, daar ben ik zo achter. En als hij nog leeft, heb ik hem zo te pakken.”

Generaal Duyff was in tijden niet zo goedgeluimd en optimistisch geweest, maar er was nog één ding waar hij over in zat.

“Mr. Servus”, zei hij lichtelijk fronsend, “er is nog één probleem waar ik uw advies als deskundige over zou willen inwinnen. Hoe verkopen we dit allemaal aan het volk?”

Mr. Servus had deze vraag wel verwacht en stond klaar om zijn laatste punt te scoren en zich zo te verzekeren van een onbezorgde oude dag.

“Mag ik in dit verband uwe excellentie wijzen op één van de aantekeningen in de bijlagen, waar ook gespeculeerd wordt over mogelijke oplossingen voor dit probleem? Mijns inziens is de meest bruikbare, de meest van psychologisch inzicht getuigende maatregel die voorgesteld wordt, die van de economische manipulatie, namelijk de financiële beloning. Het voorstel komt er op neer om aan iedereen die de dans ontspringt een fikse inkomensverhoging te beloven, terwijl aan de overigen tijdelijk helemaal geen inkomsten meer worden toegestaan, tot op het moment dat zij zich daar gevestigd hebben waar zij van hogerhand heen moeten. Dat hoeven wij natuurlijk niet precies zo te doen, wellicht is de financiële beloning voor de gelukkigen alleen al voldoende om de zaak soepel te laten verlopen. Ik verwacht eerlijk gezegd bij het uitspelen van onze financiële troeven geen al te grote moeilijkheden.”

“Mooizo”, verklaarde generaal Duyff opgelucht maar met een stelligheid alsof hij zelf de oplossing had aangedragen, “dan nu als de bliksem op zoek naar onze held, waar hij zich ook mag bevinden, en vergeet niet onmiddellijk de Raad bijeen te roepen. Er is werk aan de winkel!”

*

Voortaan zou Herindelingsdag, de nieuwe nationale feestdag, dus ieder jaar gevierd worden. Het volk stond weliswaar sceptisch tegenover nationale feestdagen, maar iedere vrij dag was toch maar mooi meegenomen. En deze dag leverde nog aardig wat op ook. Niet voor iedereen natuurlijk, maar wie daar op lette was een kniesoor, en al die leeglopers mochten nog blij zijn dat anderen voor hun kosten opdraaiden.

Op deze eerste officiële Herindelingsdag werd het eerst Nieuwe District feestelijk geopend. Het was de eerste van de vele volledig door de nieuwe bewoners zelf herstelde krottenwijken aan de randen van de steden. Het waren de vrijwel verlaten verkrotte hoogbouwwijken uit de jaren Zeventig, die een tijdlang gegolden hadden als paradepaardjes van de toentertijd vigerende bouwkundige inzichten en idealen. Ze waren ooit gebouwd als uitvloeisel van het allang achterhaalde maatschappelijke idee van de functiescheiding, maar een grapjas zou kunnen beweren dat dit oude ideaal eigenlijk nog niets aan waarde had ingeboet, gezien de nieuwe functie de wijken nu hadden gekregen. Dergelijke opmerkingen behoorden overigens slechts tot de borrelpraat van de happy few en werden maar hoogstzelden gehoord. Er heerste immers een nieuwe ernst in het land die geen ongepaste grappen duldde. Daarom verplaatsen wij ons naar het grote plein in het hart van het nieuwe District Zuid-Oost, het tafereel van de officiële feestelijkheden.

De dag is zonnig, het plein ziet zwart van de soldaten, de inderhaast opgerichte tribunes puilen uit van de genodigden, en de gehele Militaire Raad geeft acte de présence. Midden op het plein staat een reusachtig standbeeld, nog gehuld in de sluiers die moeten voorkomen dat wij de gehuldigde onmiddellijk kunnen herkennen.

In een rolstoel, tussen twee verplegers in smetteloos witte jassen die hun best doen zich zo voorkomend mogelijk te gedragen, zit een magere oude man, die voor de gelegenheid keurig in het pak is gestoken. Hij grijnst en zwaait met een speelgoedcameraatje.

Er volgen toespraken. De indrukwekkendste is die van de minister-president, die verdrinkt in vergelijkingen die tekortschieten om de held van het vaderland te bewieroken. De militaire kapel begint een mars te spelen. Altijd als een militaire kapel een mars begint te spelen weten de omstanders dat het nu gaat gebeuren, dat het hoogtepunt van de plechtigheid is aangebroken. Het koper blikkert in de zon, de weerkaatsende echo’s van de omringende hoge gebouwen brengen de schetteringen bijna van de wijs: er ontstaat een ratjetoe van klanken die wel wat weg heeft van een potpourri of een gemankeerde canon.

Het doek valt. We herkennen een rijzige man, een fiere gestalte in de kracht van zijn leven, met wat je noemt een vooruitziende blik, gesymboliseerd door een hand boven de ogen.

De grijsaard wipt in zijn rolstoel, kraaiend en kwijlend van plezier. Op het voetstuk van het standbeeld lezen wij onder de naam in koeien van letters: Waarin Een Klein Volk Groot Kan Zien.

De bevolking van de wijk kijkt toe van achter de ramen en vanaf de balkons van de hoge gebouwen, onopvallend onder schot gehouden, voor de zekerheid.

*

Toen Prof. Dr. Wisdom Ojé Ojé die dag voor de tweede keer wakker ontwaakte was het al middag. Tot zijn grote verbazing lag zijn vrouw ook nog te slapen. Plotseling wist hij waarvan hij de eerste keer wakker was geworden. Waarom hij zich daar nu pas van bewust werd was hem een raadsel. Misschien moet een mens wel altijd twee keer ontwaken voor hij echt wakker is en de wereld begrijpt.

Hij was die morgen gegekt door het geluid van de brievenbus, van een bestelling op een ongewoon tijdstip. Zij hoofd was nu heel helder. Het vonkje van ongerustheid laaide op tot een vuur van paniek. Met knikkende knieën en lood in zijn slippers daalde hij de trap af naar de hal. Van verre herkende hij de kleur, afmetingen en opschriften van de officiële dienstenvelop. Openmaken was overbodig. Hij kende de strekking. Hij voelde zich plotseling zo zwart als hij zich in jaren niet meer gevoeld had.

Hij liep terug naar boven, scheurde op de overloop de brief open en nam de mededelingen zwijgend in zich op. Eenmaal in de slaapkamer liet hij het papier zonder iets te zeggen voor de neus van zijn vrouw op het laken vallen. Ze werd net wakker, keek hem vragend aan en begon te lezen.

Aan de Hooggeleerde heer Professor Dr. W. Ojé Ojé.

 

Het verheugt ondergetekende, de minister van Volksgezondheid, Cultuur en Reorganisatie, U de bevordering naar een nieuwe functie te kunnen meedelen.

Het ministerie heeft het volgende besloten:

U bent met ingang van onmiddellijk benoemd tot Directeur-Generaal van de nieuwe overkoepelende Dienst voor de Gezondheid der Herindelingsdistricten. Tevens wordt aan U de inrichting en organisatie van deze nieuwe dienst opgedragen.

Eveneens met ingang van onmiddellijk bent U benoemd tot Geneesheer-Directeur van het Districtsziekenhuis Zuid-Oost. Ook hier zult U initiërend werkzaam zijn.

Voor het op gepaste wijze uitoefenen van beide functies zult U kantoor dienen te houden in voornoemd Districtsziekenhuis.

Voor een optimale vervulling van deze functies wordt het tevens onvermijdelijk geacht dat U zich ook daadwerkelijk metterwoon in genoemd District Zuid-Oost vestigt. Een passende dienstwoning wordt uiteraard van staatswege beschikbaar gesteld.

Om voor de hand liggende redenen van veiligheid kan niet worden toegestaan dat het gehele gezin zich in genoemd District vestigt. Indien U en/of Uw huidige echtgenote gedeeltelijke instandhouding van het gezin c.q. huwelijk zouden verlangen, kan wellicht worden overwogen een passende bezoekersregeling te ontwerpen.

Wij maken U er ten overvloede op attent dat U, eveneens om veiligheidsredenen, niet kan worden toegestaan U buiten genoemd District te begeven. Uiteraard kunt U onder begeleiding van veiligheidstroepen wel andere Herindelingsdistricten bezoeken, teneinde Uw functie van Directeur-Generaal van de Dienst voor de Gezondheid der Herindelingsdistricten goed te kunnen uitoefenen.

In verband met de zwaarte van Uw nieuwe functies zal het U niet verbazen dat het ministerie het niet wenselijk acht dat U ook nog college blijft geven aan de Medische Faculteit van de Universiteit waartoe het ziekenhuis van Uw oude functie behoort.

Gelieve U binnen 24 uur na ontvang st van dit schrijven te melden op het in het briefhoofd vermelde adres, voor het in ontvangst nemen van nadere instructies.

Tot slot willen wij u geluk wensen met Uw bevordering en succes bij het uitvoeren van Uw nieuwe taken, wat voorwaar geen sinecure zal zijn, maar wel een enorme uitdaging waarbij het U vrijstaat er een geheel eigen invulling aan te geven.

Wij vertrouwen er op dat U deze buitengewoon verantwoordelijke positie naar eer en geweten en met wijsheid en toewijding zult bekleden.

 

Met de meeste Hoogachting verblijf ik, de minister van Gezondheid, Cultuur en Reorganisatie,

Prof. Dr. Jan de Witt

 

Nog even blijven de nietsziende ogen van Wisdoms vrouw kleven aan de afsluitende beleefdheidsformule en de signatuur van de ondergetekende, de minister van Volksgezondheid, Cultuur en Reorganisatie.

Dan komt ze tot zich zelf, schudt krachtig haar hoofd, vouwt het papier dubbel, laat het op bed vallen en kijkt hem aan met een mengeling van medelijden en fatalisme.

Hij ziet dat ze al begonnen is de wereld te nemen zoals ze is. Ze staat op, kleedt zich aan en verlaat zonder iets te zeggen de slaapkamer. Wisdom hoort hoe ze de buitendeur opent en weer achter zich dichttrekt. Het klinkt harder dan anders. Hij voelt niets. Geen spijt, geen wrok, geen haat. De herindeling is al bijna voltooid.

Over ongeveer tien minuten zal hij dezelfde handelingen verrichten. Nog éénmaal zal hij hetzelfde doen als zij. Daarmee houdt iedere overeenkomst tussen hen op te bestaan.

Haarlem, 15 november 1983